Waarom je als jongere absoluut geen vrijwilligerswerk in een weeshuis zou moeten doen

Foto door sofiya kirik via Unsplash. Foto genomen in Mpanda, Tanzania.

Enige tijd terug viel mijn oog op dit artikel, waarin de Nederlandse Romy Kolkhuis Tanke vertelde hoe ze wederom naar Arusha in het Oost-Afrikaanse Tanzania af zou reizen, om daar gedurende vier maanden tijd aan de slag te gaan in een weeshuis. Er was ook een doneeractie voor het weeshuis op touw gezet, waarvan het doel inmiddels behaald is.

Zoals wij wel vaker doen, namen we contact op met Romy om haar te waarschuwen voor de onbedoelde schade die haar goede intenties aan zouden gaan richten bij de kinderen die ze zegt te willen helpen. Ze antwoordde daarop dat ze van de schadelijke gevolgen op de hoogte was, maar gaf tegelijkertijd aan “gewoon een leuke tijd te willen hebben”. En daarmee was het gesprek helaas afgesloten.

Jammer, maar daarom vestig ik mijn hoop op jongeren die hetzelfde van plan zijn, en ook vrijwilligerswerk willen doen in een weeshuis in Thailand, of Tanzania, zoals Romy. Misschien lees jij dit en denk je nu wel: schadelijke gevolgen? Waar heeft zij het over?

Laten we beginnen bij het begin: iets goeds willen doen in je tussenjaar, of tussen het studeren door, en zo je steentje willen bijdragen aan een betere wereld — veel jongeren hebben die wens. Jij misschien ook wel! Better Care Network Nederland schat dat er ieder jaar zo’n tienduizend Nederlandse jongeren op uittrekken om vrijwilligerswerk te doen in een weeshuis.

En die drang om íets te willen doen snap ik heel goed. De klimaatcrisis woedt, natuurrampen volgen elkaar in ramp tempo op, en ongelijkheid groeit wereldwijd. Kortom, de wereld staat in de fik. Je op tijdelijke basis inzetten voor ‘kansarme weeskinderen’ — dat wordt je althans verteld — lijkt dan misschien een heel concrete en productieve manier om je op kleine schaal in te zetten voor een betere wereld.

Maar niets is minder waar, ondanks de sprookjes die je voorgehouden worden door particuliere organisaties die dit soort tripjes aanbieden. Ik vertel je graag waarom. Hieronder zette ik een aantal onwaarheden op een rijtje, die je als (toekomstige) vrijwilliger vaak te horen krijgt van organisaties die vrijwilligerswerktripjes naar weeshuizen aanbieden.

1) “Weeshuizen / kindertehuizen horen nu eenmaal bij ontwikkelingslanden.”

(Allereerst: de term ‘ontwikkelingsland’ is nogal stigmatiserend. One World legt je uit waarom.)

In tegenstelling tot wat veel mensen geloven, zijn weeshuizen een Westerse uitvinding. Weeshuizen zijn een overblijfsel van het koloniale systeem, en waren in Europa vroeger heel normaal. Toen een groot aantal landen (landen in het ‘Globale Zuiden’) door Westerse landen gekoloniseerd werd, bracht de kolonisator het Europese zorgsysteem mee.

Laten we Afrika als voorbeeld nemen: daar is verwantschapszorg iets dat al eeuwenlang voorkomt. Verwantschapszorg, wat is dat dan? Wanneer een kind niet meer door zijn/haar ouders verzorgd kan worden — bijvoorbeeld omdat beide ouders overleden zijn — is er eigenlijk bijna altijd iemand binnen de familie te vinden (denk dan aan opa en oma, een tante, een zus) die bereid is de zorg voor het kind op zich te nemen — met enige hulp, waar nodig. Deze zorgconstructies maken onderdeel van de cultuur uit, en het kan kwetsbare kinderen enorm ondersteunen. Zelfs als de omstandigheden niet ‘perfect’ zijn, is het voor kinderen nog altijd beter om in hun eigen familie en gemeenschap op te groeien, dan in een kindertehuis / weeshuis.

De traditionele manier van voor kwetsbare kinderen zorgen wordt dus volledig verzwakt door het weeshuissysteem. En dat terwijl zorg die zich op het behoud van de familie en gemeenschap veel goedkoper is, én beter voor kinderen.

Tientallen jaren aan onderzoek laat zien dat in een weeshuis opgroeien enorm slecht is voor de lichamelijke, emotionele, sociale en cognitieve (het vermogen om kennis te verwerven) ontwikkeling van een kind. Dat is dan ook precies de reden dat je tegenwoordig in Nederland geen weeshuizen meer vindt: in plaats daarvan worden kinderen bij familie geplaatst, of — wanneer er geen familie beschikbaar is — in een pleeggezin buiten de familie.

2) “Je gaat je inzetten voor weeskinderen die door iedereen in de steek zijn gelaten.”

Een tweede leugen die je als jonge vrijwilliger vaak te horen krijgt.

Onderzoek heeft uitgewezen dat minstens 80 procent van de kinderen die wereldwijd in weeshuizen verblijft helemaal geen wees is, en minstens één levende ouder heeft. Op de kaart hieronder zie je wat percentages uit verschillende landen. In Ghana, bijvoorbeeld, is 90 procent van de kinderen die in weeshuizen leeft helemaal geen wees. In Indonesië gaat het om 94 procent, en in Moldavië om 96 procent.

Ik hoor je denken: maar waarom zitten die kinderen dan in weeshuizen? Wat doen ze daar?

Vaak komt het omdat de biologische familie tijdelijk in een crisissituatie verkeert, of geldproblemen heeft. Sterker nog: de meest veelvoorkomende reden van uithuisplaatsing is armoede. Armoede drijft mensen tot wanhopige daden. Ouders die niet genoeg geld hebben om voor hun kinderen te kunnen zorgen, brengen hun kinderen vaak uit eigen initiatief naar een weeshuis; niet omdat ze niet van hun kinderen houden, maar omdat ze geen andere uitweg zien. Een gebrek aan geld en middelen staat niet gelijk aan een gebrek aan liefde.

Weeshuizen maken in veel gevallen ook misbruik van kwetsbare, arme gezinnen en gaan er actief op uit om kinderen te rekruteren: want met het runnen van een weeshuis valt bakken met geld te verdienen. Wanhopige ouders wordt een dak boven het hoofd van hun kind beloofd, een goede opleiding en genoeg te eten — en dan moet je als ouder wel héél sterk in je schoenen staan om ‘nee’ te zeggen. Deze ouders zijn zich vrijwel nooit bewust van de schade die opgroeien in een weeshuis bij een kind kan aanrichten, want dat wordt hen natuurlijk niet verteld.

Maar met de juiste steun (denk dan aan financiële steun, of aan een jeugdhulpverlener) zijn de meeste gezinnen weer op weg te helpen — en is het dus niet nodig om kinderen uit hun eigen gezin en/of gemeenschap weg te halen.

Foto door Annie Spratt via Unsplash. Foto genomen in Sierra Leone.

3) “Als jongere kun je veel betekenen voor kinderen in weeshuizen.”

Ook ik heb in 2013 vrijwilligerswerk gedaan in een weeshuis / opvanghuis in Uganda. Ik was 21 en wilde me op kleine schaal inzetten voor een betere wereld, maar was me totaal niet bewust van het feit dat mijn goede intenties slecht uit zouden pakken voor de kinderen die ik zo graag wilde helpen.

Kinderen die in weeshuizen opgroeien ontwikkelen hechtingsproblematiek, omdat ze geen primaire verzorger hebben aan wie ze zich kunnen binden. Die hechtingsproblematiek wordt alleen maar verergerd wanneer vrijwilligers elkaar in rap tempo afwisselen, en kinderen telkens afscheid moeten nemen van hun verzorgers. En dat terwijl een stabiele, veilige relatie met een vaste verzorger essentieel is voor de lichamelijke, emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling van een kind. Hechtingsproblemen draag je de rest van je leven met je mee, en hebben zelfs een negatief effect op de ontwikkeling van je hersenen!

Jonge mensen die zijn opgegroeid in weeshuizen missen vaak de basisvaardigheden die je als jongvolwassene nodig hebt om een eigen leven op te kunnen bouwen. Ze hebben vaak weinig zelfvertrouwen, hebben moeite met het aangaan en onderhouden van gezonde relaties (door die hechtingsproblematiek waar we het eerder over hadden), weten niet hoe ze met geld moeten omgaan en hebben moeite met het oplossen van alledaagse problemen. (Als je meer over deze hechtingsproblematiek wil lezen, klik dan hier.)

Daar komt nog eens bij dat de meeste vrijwilligers eigenlijk helemaal niet gekwalificeerd zijn om met kwetsbare kinderen te werken. Het is niet voor niets dat je in Nederland een studie moet hebben afgerond en diploma moet hebben behaald, voordat je dit soort werk mag doen. Waarom zou dat anders moeten zijn in een land als Thailand, India of Kenia?

4) “Als vrijwilliger kun je prima op een toeristenvisum naar een land in Afrika / Azië / Latijns-Amerika afreizen.”

Wanneer je als vrijwilliger via een ‘particulier initiatief’ (organisaties opgezet door gewone burgers die ontwikkelingshulp bieden) afreist naar een land als Malawi of Paraguay, word je vaak aangeraden om dat op een toeristenvisum te doen. Een toeristenvisum is namelijk veel makkelijker (en goedkoper) aan te vragen dan een vrijwilligersvisum.

Trap hier alsjeblieft niet in, want in veel landen ben je op zo’n moment illegaal bezig. Als je betrapt wordt, riskeer je hoge boetes en kun je zelfs het land uitgezet worden. De reisorganisatie stelt jou met dergelijk advies bloot aan allerlei risico’s, waar ze je van tevoren niet eens over inlichten.

Kortom, als vrijwilliger in een weeshuis draag je bij aan een situatie waarin kinderen onnodig van hun eigen families gescheiden worden, hechtingsproblematiek ontwikkelen, en de rest van hun leven moeten dealen met de consequenties daarvan. En als je daadwerkelijk wil helpen, is dat niet iets waar je een aandeel in zou moeten willen hebben.

Kijk alsjeblieft de documentaire ‘The Love You Give’, hier te vinden met Nederlandse ondertiteling:

Wil je je graag inzetten voor een betere wereld, zonder daarbij kinderen te schaden in hun ontwikkeling? Kijk op WeesWijs.nu voor een heleboel tips!

Writes for VICE and other publications | Between Uganda & The Netherlands | Mom to Akili | Child trafficking & orphanage industry | Writes in English and Dutch.

Writes for VICE and other publications | Between Uganda & The Netherlands | Mom to Akili | Child trafficking & orphanage industry | Writes in English and Dutch.